Ik was op vakantie in de Moezel, Frankrijk, voor een equitatie-stage. Weg van Nederland, die vrijheid smaakte zo zoet. Zon op mijn huid, zweet parelend in de hitte. Vijf stagiairs: vier jongens, pimelig en onhandig, en ik, de enige Nederlandse. De paarden? Luie dromers. Ze wilden amper galopperen, alleen rustig draven. De monitor was relaxed, geen gezeik.
Avond twee. Na het eten – vette fondue, vol en loom – praat ik met hem. Laten we hem Tim noemen. Dun, verlegen, maar ogen die branden. Hij vertelt over zijn leven, saai stadje. Ik douche net, haar nat, blouse plakkerig vochtig. Ik ruik mijn eigen zweet, gemengd met zeep. We zoenen, Frans, nat. Mijn hand glijdt naar zijn kruis. Hard. ‘Welterusten,’ zeg ik plagend. Zijn adem stokt.
De ontmoeting en opbouwende spanning
Volgende dag: blikken tijdens het rijden. Paarden zweten, ik voel de zadel drukken. Andere jongens joelen: ‘Je hebt een kans!’ We negeren elkaar ‘s avonds, maar afspraak: achteraf bij de dressagebaan. Hij komt. Ik in lange jurk, til hem op tegen de stront. We lopen langs boxes, strelen paarden. Mijn hand onder zijn shirt, zijn hart bonkt. Ik duw zijn vingers onder mijn jurk. Niks eronder. ‘Lang gewacht om te checken?’ lach ik. Hij glijdt in mijn natte kut, vinger diep. Ik trek weg, ren lachend naar de kamers. ‘Niet hier, te dichtbij.’
Donderdagavond, laatste kans. Tijdens een suf ritje fluistert hij: ‘Vanavond in Ondine’s box.’ Mijn merrie. Feest die nacht: drank, tarot, gelach. Jongens zuipen, vallen over me heen. Monitor ook. Ik speel mee, gage: ‘Oké, mijn tieten zien.’ Trek jasje los, kaarsen flikkeren op mijn harde tepels. Ze kwijlen. ‘Nu slapen!’ commandeert monitor. Perfect plan.
De explosieve seks in de stal
Box van Ondine. Verse stro, hooi ruikt zoet, warm. We staan aan weerszijden van haar. ‘Handen op haar rug,’ zeg ik. Ik kruip onder, knoop zijn broek open. Zijn lul springt eruit, dik, kloppend. Ik zuig hem diep, tong rond eikel, zout van zweet. Hij kreunt, bang dat Ondine trapt. Dan duw ik hem neer in stro. Tong over zijn ballen, naar zijn kont. Lekker rimmen, cirkels rond zijn strakke anus. ‘Wat doe je?’ hijgt hij. ‘Geniet maar.’ Hij beeft, prostaat masseer ik.
Nu hij. ‘Lik mijn kont.’ Ik hurk, billen wijd. Zijn tong duwt in, nat, gulzig. Ik kreun, kut druipend. Dan neuken. Hij glijdt erin, hard, diep. We rollen, stro prikt, hooi kriebelt. Onder Ondine belanden we, tussen haar poten. Gevaarlijk heet. ‘s Avonds tussen haar benen, net als ik overdag.’ Ik lach. Zijn pik ramt, mijn klit bonst. Ik kom, schreeuwend. Dan spuit zij: warme pis, geel, ammoniaksterk. Over ons heen, druipend. Ik hou hem vast. ‘Blijf!’ Hij spuit in me, rauwe brul, ik gil mee. Alles nat, plakkerig, geil.
Naakt rennen we naar douches, kleren vies. Morgen: blikken, maar stil. Kussen vaarwel, mail wissel. Trein huiswaarts met een jongen. ‘Had je haar?’ vraagt hij. Ik ontwijk. Lacht: ‘We weten alles. Camera’s in stal.’ Hart slaat over. Maar anonimiteit? In Nederland ben ik veilig, herinnering brandt. Die pisgeur, zijn lul in me, vrijheid van reizen. Nooit meer hetzelfde.