Ik ben Anna, 32, uit Amsterdam. Op zakenreis in Parijs, novemberkou bijt in mijn wangen. Thalys uitgestapt, meeting afgerond, nu tijd voor mezelf. Ik dwaal naar Butte-aux-Cailles, een kleine galerie met sculpturen. De lucht ruikt naar regen en croissant. Binnen warm, zachte lampen op ruwe bronzen vormen. Ik ril nog van de kou buiten.

Mijn ogen vallen op hem. Serge, rond de 65, grijs haar naar achter, rode ronde bril op zijn voorhoofd. Kostuum van wol, zelfverzekerd. Hij praat met een groep, lacht diep. Onze blikken kruisen. Hij glimlacht, ik bloos. Ik voel het meteen: die spanning, de onbekende. Ver weg van huis, alles mag.

De ontmoeting in de galerie en de groeiende spanning

Ik dwaal langs de beelden. Texturen roepen verlangen op, ruw en glad. Zijn ogen volgen me. Ik draai me om, hij komt dichterbij. ‘Prachtige werken, hè?’ zegt hij met zachte stem. Frans met een accent. Ik knik, vertel over de patina, de arbeid erachter. We praten over kunst, boeken. Hij kent Daoud, ik ook. Woorden vliegen, lichamen naderen.

Een uurtje later, ik check mijn telefoon. Nog een galerie, rive gauche. ‘Ik ga ook,’ zegt hij. Metro, wagon vol, onze knieën raken. Zijn hand effent de mijne. Hitte stijgt. Buiten miezert het, lippen nat van druppels. ‘Wil je een glas?’ vraagt hij. Ik bijt op mijn lip. ‘Eigenlijk wil ik je kussen. Nu.’ Hij zucht: ‘Kom mee naar mijn appartement. Niet ver.’

Trappen op, hal. Ik duw hem tegen de muur, kus zijn nek. Zout op zijn huid, drie dagen baard krast. Deur dicht, donker, straatlantaarns flitsen blauw-geel. Kleren vallen. Zijn handen onder mijn trui, rug kriebelt. Ik maak zijn broek los. ‘Ze wil eruit,’ zeg ik plagend. Zijn pik dik, kort, zwaar in mijn hand. Preputium ruikt muskus, zoutig.

De intense vrijpartij en het afscheid

Ik kniel, lik het topje. Zuur, als yuzu. Tong in zijn voorhuid, zuig zijn eikel. Hij kreunt, handen in mijn haar. ‘God, wat lekker.’ Ik sta op, trek hem naar de kamer. Bank, glas wijn koud in hand, zijn pik hard in de andere. We kussen, tongen wild. Naar bed, Mozart op de achtergrond, heilig en zondig tegelijk.

Hij likt mijn kut, nat en kloppend. Twee vingers erin, draait, prostateert me bijna. ‘Neuk me,’ hijg ik. Condoom om, hij duwt. Eikel splijt me open, dikke schacht vult. Langzaam, dan harder. Ik kreun: ‘Dieper, ja, neuk mijn kut kapot.’ Op mijn buik, kont omhoog. Hij ramt, ballen slaan tegen me. Zweet druppelt, bed kraakt. ‘Ik kom,’ gromt hij. Spuit in me, trillend.

Ik maal op zijn dij, kom klaar, nattig en luid. We liggen, hijgend. Nacht voorbij, ochtendlicht grijs. Koffie, kus. ‘Tot ziens?’ Nee, anoniem. Thalys terug, herinnering brandt. Vrijheid van reizen, die vreemde pik in me, zweetgeur nog op huid. Perfecte geheim.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *