Elke herfstvakantie komt het weer boven. Die nacht in 1971, ik was 25. Nu 66, maar geloof me, seks is nog steeds vuurwerk. Mijn man Paul neukt me als een beest, met stamina die me gek maakt. Maar dit verhaal gaat over voor hem.
Ik reed op de A2 naar mama in Limburg, herfstvakantie. Mijn zoontje bij haar, ik moeder alleen uit Amsterdam, lerares. Verkeerschaos bij Eindhoven. Ik neem afslag, nationale weg. Bij een donker stuk platteland hoest mijn ouwe barrel en sterft. Koud, wind bijt in mijn wangen. Geen mobiel toen, hè? Ik steek duim op. Niets. Dan koplampen. Militaire truck. Sergeant Paul stapt uit, uniform strak, geruststellend. “Probleem, mevrouw?”
Pech op de weg en de eerste vonk
We prutsen aan de motor. Niets. Hotel in nabijgelegen dorp vol, feestweekend. “Blijf bij mij,” zegt hij. “Ik huur een huisje voor permissions, buiten de kazerne.” Jong, naïef, ik ga mee. Huis ijskoud, maar haard knettert al. Houten kachel blaast warmte. Telefoon werkt, ik bel mama: “Hotel geboekt, oké.” Paul regelt garage.
Die nacht slaap ik als een roos, lakens ruiken naar dennenspray en oud hout. Ochtend: warmer, croissants op tafel, boter vers, koffie dampend. Briefje: “Niet wakker gemaakt. Garage fixt het. Hou vuur aan. Collegha komen middag met eten. Kom erbij. Paul.”
Honger wolf. Ik was, water lauw, zeep scherp. Bel mama weer, leugentje om bestwil. Middag: auto ronkt. Drie jongens, achttien, negentien, spieren onder shirts. En Roos, blond, vol, boerentrien make-up. Ze staart, nieuwsgierig. Paul arriveert, knap, excuses in ogen voor ruige grappen.
Eten klaar, ik glip kamer in, moe excuus. Deur op kier, ik gluur. Kleren vliegen uit. Vier lullen staan fier, dik, kloppend. Roos knielt, bos bruin schaamhaar verraadt. Ze zuigt gulzig, diep, kwijlt. Handen over borsten, kut, kont. Ze empaleert zich op eentje, ander in kont. Mond vol, hand pompt vierde. Ik zweet, kamer broeierig. Kleed uit, huid prikt. Hand in kut, nat, plakkerig. Clit gonst, tepels hard.
Ze spuiten: gezicht vol zaad, likt op. Ik kom, benen trillen. Bam! Deur open, ik val salon in. Bloot, kut druipend. Ze lachen. Paul helpt op: “Gaat het?” Trekt me bij vuur. “Beter zicht hier.” Roos spottend, maar haar neukers rammen door, dubbel gepenetreerd.
De explosie van lust in het vakantiehuis
Fascinerend: lul in kut en kont, synchroon. Mijn hand glijdt weer omlaag. Paul grijnst. Schaamte weg, ik ben poedelnaakt. Dan beestmodus: ze hameren, Roos brult: “Neuk me harder, sperma erin!” Ze komen, kreunen luid.
Rust. Handdoeken, sigaretten, zweetlucht zwaar. Koffie, ratafia: zoet, verraderlijk sterk. “Cul sec!” Ik drink mee. Roos: “Parisienne? Nee, Amsterdamse prutser?” “Marieke uit A’dam,” kaats ik, leegdrinkend. “Viel het mee?” “Jij bedoelt de show? Vet geil.”
Muziek loeiend. “Dansen, meiden!” Roos trekt me up. Drie glazen ratafia, kop tollend. Slow, huid tegen huid, zweetzout, muskus. Borsten wrijven, tepels schuren. Tong in mond, zacht. Handen op kont, knijpen. Ze duwt me neer, kut in gezicht. Sterke geur: zaad, sappen. Tong erin, clit zuigen. Ze kreunt, vingers in haar kont.
Achter me: tong op rug, anus likkend. Dan pik in kut, diep, vol. Paul? Nee, jongen met lange lul. Ramt door, ik kom gillend, Roos’ kut smoort me. Hij spuit, warm golfend. Andere in kont, uitrekkend, ballen slaan kut. Kom weer, vuurwerk.
Roos weg. Ik op knietjes, pik in mond, kut, kont vol. Chevauch, dubbel gevuld, derde zuigen. “Zuigen, slet!” Bewegen synchroon, kont en kut rekken. Sperma golven, slikken, druipend. Alle vier spuiten, gezicht, borsten nat.
Uur later: Paul rijdt me naar garage. Auto klaar. Kus: “Bel me.” Nu getrouwd met hem, 40 jaar geluk. Die nacht? Anonieme waanzin, ver weg thuis. Leven veranderd, maar geheim veilig. Roos, waar ben je?