Ik zoefde op mijn rode BMW R100 GS door de stoffige bergpaden van Kurdistan, op weg naar Turkije. De zon brandde op mijn huid, zweet parelde in mijn nek, zout op mijn lippen. Twee maanden onderweg, vrij als de wind, ver van Nederland. Geen regels, alleen lust en avontuur. Mijn tank raakte leeg, maag rommelde. Een bruisend dorp doemde op, marktvol, oude auto’s en paardenkarren.
Ik stopte, helm af. Direct een menigte curiosi om me heen. Vrouw op moto, zeldzaam hier. Ik gebaar naar mijn tank, duim omlaag. Gelach, handen schudden. Ze leiden me naar jerrycans benzine. Gratis, insistéren ze. Ik geef snoep aan de kids, lach terug. Honger drijft me naar de markt: spiesjes geit, warme galette met groenten, pittig en vet. Mensen omringen me, vingers wijzen op mijn kaart: Europa-Turkije-Syrië. Hun ogen groot, mijn leven een droom.
De Toevallige Ontmoeting in het Bergdorp
Dan twee jongetjes, acht-tien jaar, geiten hoedend. Ze wenken wild. Ik stop, ze kletsen onverstaanbaar Koerds. Gebaren: handen aan hoofd, slaap. Ze trekken me mee, opgetogen. Een geïsoleerde hoeve: modderhof, pomp, schuur. Uit de deur: hij. Sterk, getaand door zon, dertiger, donkere ogen die me vastpinnen. Drie kids om hem heen, geen vrouw zichtbaar. Weduwnaar? Zijn blik: hongerig, voorzichtig. Hart bonst, hitte stijgt niet alleen van zon.
Hij glimlacht, gebaart binnenkomen. Schoenen uit, tapijten ruiken naar rook en aarde. Kussens op vloer, theepot pruttelt. Kids Mimiën, ik teken: familie, vraagteken bij papa. Hij knikt triest, tekent kar naar stad. Weduwe, snap ik. Spanning bouwt op, onze blikken kruisen. Zijn hand raakt mijn arm bij thee inschenken, elektrisch. Klimatise? Nee, zijn adem warm op mijn huid. Avond valt, kids spelen, eten: mijn vlees, zijn galettes. Lichaam tintelt, kut nat van anonimiteit. Vanavond alles mogelijk.
De Explosieve Passie en het Afscheid
Kids slapen, ik in slaapzak op kussens. Kan niet slapen, hij in hoofd. Hand glijdt naar beneden, vingers cirkelen klit… bruit. Ogen open: schaduw. Hij. Staart, glimlacht in lantaarnlicht. Gebaart volgen. In zijn kamer, gordijn dicht. Kleren weg: mijn shirt plakt van zweet, zijn broek zakt, pik hard en dik, aders pulserend. Zoent me ruw, tong diep, proeft naar kruiden. “Jij… wil,” mompelt hij, handen kneden borsten, tepels stijf.
Op bed, tapijten ruw onder knieën. Ik zuig zijn pik, zoutig voorvocht, diep in keel. Kreunt laag, handen in haar. Duwt me neer, likt kut, tong zuigt klit, vingers in natte gleuf. “Zo nat… geil wijf.” Neukt me hard: pik splijt me open, stoot diep, eierstokken rammen. Ik rij hem, kut slokt pik, sappen druipen. Draait me om, hondenstand, slaat billen, neukt anus? Nee, kut weer, vingers in kont. Kom samen: ik spuit, hij spuit zaad diep, heet en veel. Nog keer, langzaam, zweet mengt, hij likt zweet van rug, ik bijt schouder. Multi-orgasmes, hij blijft hard. Fluistert Koerds, ik kreun Nederlands: “Neuk me harder, vul mijn kut!”
Uren later, hij tegen me aan, adem heet op borst. Kids kraaien ochtend. Ontbijt, knoop in maag. Hij repareert hek met mij, handen raken. Kar nadert: niemand, hij zucht opgelucht. Kus gestolen, traan in oog. Ik pak tas, moto starten. Kids huilen, hij kust hand. Gas geven, stofwolk, tranen in ogen. Anoniem, perfect. Die nacht leeft eeuwig: vrijheid, lust, vreemdeling. Kurdistan, mijn geheim.