Ik was op vakantie in Spanje, puur zon en zee. Alleen, weg van alles. Vliegtuig geland in Barcelona, taxi naar dat kleine hotel aan de kust. De hitte sloeg in mijn gezicht, zout in de lucht. Ik checkte in, kamer met zoemende airco, vershoudend linnengoed dat nog rook naar wasmiddel. Avond viel, ik naar de bar beneden. Daar zat hij. Donker haar, gespierde armen, Spaans accent. ‘Hola, wil je een drankje?’ vroeg hij met een grijns. Ik lachte, ‘Ja, waarom niet.’ We praatten, flirtten. Hij was Marco, local, werkte in een bar hiernaast. Ik vertelde over Nederland, regen, saaiheid. Hij over dit leven, vrijheid. Onze knieën raakten elkaar onder de tafel. Mijn hart bonsde. Zijn hand op mijn been, hoger glijdend. ‘Kom mee naar boven,’ fluisterde ik. De lift pingde, zijn lippen op de mijne. Tongen dansend, handen overal. Deur dicht, anonimiteit perfect. Morgen vlieg ik weg, niemand kent ons.
In de kamer, airco koud op onze hete huid. Hij trok mijn jurk uit, borsten bloot. ‘God, je bent perfect,’ gromde hij. Ik duwde hem op bed, ritste zijn broek open. Zijn lul hard, dik, kloppend. Ik zoog eraan, zoutig voorvocht op mijn tong. Hij kreunde, ‘Joder, sí.’ Ik klom op hem, poes nat en klaar. ‘Neuk me hard,’ zei ik. Hij stootte omhoog, diep in me. Drapen plakten aan onze zweetlijven. Ik reed hem wild, borsten stuiterend. Hij greep mijn kont, vingerde mijn kontgaatje. ‘Meer,’ hijgde ik. We draaiden, hij bovenop. Pik ramde mijn kut, ballen kletsend tegen me aan. ‘Ik ga komen,’ gromde hij. ‘Doe het, spuit in me.’ Hij explodeerde, warm zaad vulde me. Maar ik niet klaar. ‘Lik me,’ beval ik. Hij dook tussen mijn dijen, tong in mijn druipende poes. Klitje opzwellend onder zijn zuigen. Ik greep zijn haar, duwde zijn gezicht harder. Vingers erin, eerst twee, toen drie. ‘Dieper,’ smeekte ik. Zijn hele hand gleed naar binnen, fistend mijn natte holte. Pijn en genot mengden, ik spoot over zijn arm. Schreeuwend kwam ik, benen trillend, zweet en sappen overal. Hij likte me schoon, tong proevend ons mengsel. We hijgden, verstrengeld.
De Toevallige Ontmoeting en Opbouwende Spanning
De volgende ochtend, zon door de gordijnen. Ik pakte mijn tas, hij sliep nog. Kus op zijn wang, ‘Bedankt voor de nacht.’ Beneden taxi, naar het vliegveld. Het zoemt nog na: zijn geur op mijn huid, zout van zee en zweet, het bonken van mijn hart. Thuis in Nederland regent het weer, maar dit geheim blijft. Die vreemdeling, die lul in me, die fist die me brak. Volledige vrijheid, geen namen meer. Volgende reis, hetzelfde vuur. Ik verlang ernaar.